Klimplanten hebben van nature de neiging om zich vast te grijpen aan alles wat in de buurt staat, en zonder sturing groeien ze al snel scheef of door elkaar in plaats van netjes langs het latwerk omhoog. Wie de jonge scheuten op tijd vastbindt, geeft de plant meteen een duidelijke richting en voorkomt dat takken later moeten worden losgemaakt en met geweld teruggebogen. Een beetje aandacht tijdens de zomer bespaart later heel wat werk.
Zacht bindmateriaal en de juiste spanning
Gebruik voor het vastbinden altijd een zacht, flexibel bindmateriaal, zodat de stengel niet wordt ingesnoerd naarmate ze dikker wordt in de loop van het seizoen. Maak de knoop losjes, in een lus rond zowel de stengel als het latwerk, zodat er nog wat beweging mogelijk blijft zonder dat de plant kan wegglijden bij wind. Te strak vastbinden kan op termijn schade aanrichten aan de stengel, net zoals helemaal niet vastbinden de plant blootstelt aan windschade.
Volg de groei van de plant regelmatig op, en bind nieuwe scheuten bij zodra ze lang genoeg zijn, in plaats van te wachten tot de hele plant al door elkaar hangt. Verspreid de bindpunten gelijkmatig over het latwerk, zodat de plant zich mooi uitspreidt in plaats van zich op één plek te concentreren. Dat geeft niet alleen een netter resultaat, maar zorgt ook voor betere luchtcirculatie tussen de bladeren.
Zijscheuten die naar binnen groeien of elkaar kruisen, kunnen tijdens het vastbinden meteen worden bijgestuurd, zodat de plant een open, luchtige structuur behoudt. Dat vermindert de kans op schimmelproblemen later in het seizoen, wanneer de nachten vochtiger worden en de plant dichter tegen het latwerk aan groeit.
Met regelmatig en zorgvuldig vastbinden groeit de klimplant uit tot een stevige, goed gevormde structuur die het latwerk volledig benut. Het is een kleine, terugkerende taak die het uitzicht van de hele tuin of gevel merkbaar verbetert.