Lavendel bloeit uitbundig in de zomer, maar zonder een regelmatige snoeibeurt na de bloei wordt de plant met de jaren steeds houteriger, met kale, verhoute stengels onderaan en bloei enkel nog op de buitenste toppen. Een snoeibeurt kort na de bloei houdt de plant compact, dicht en gezond, en voorkomt dat ze na een aantal seizoenen uit elkaar begint te vallen.
Hoe ver je mag terugsnoeien
Snoei de verwelkte bloeiaren samen met een deel van het groene blad weg, maar snoei nooit tot in het oude, houterige hout, want lavendel loopt daar zelden nog goed opnieuw uit. Een goede vuistregel is om de plant terug te snoeien tot net boven het punt waar nog groen, fris blad zichtbaar is, zodat er voldoende levend weefsel overblijft om weer uit te lopen. Gebruik een scherpe snoeischaar, zodat de sneden netjes zijn en snel dichtgroeien.
Werk de hele plant rondom gelijkmatig af, zodat er een mooie, ronde vorm ontstaat in plaats van een plant die aan één kant kaler is dan aan de andere. Deze compacte vorm zorgt er bovendien voor dat de plant minder gevoelig is voor wind en minder snel openvalt na regen of een storm.
Na het snoeien vormt de plant vaak nog een tweede, kleinere bloei verderop in het seizoen, afhankelijk van het weer en hoe vroeg er werd gesnoeid. Geef de plant na de snoeibeurt geen overvloedige voeding, want lavendel groeit van nature liever in eerder magere, goed doorlatende grond dan in te rijke aarde.
Door lavendel jaarlijks na de bloei terug te snoeien, blijft de plant jarenlang compact en rijk bloeiend, in plaats van te vervallen tot een kale, houterige bos. Het is een korte taak die het uitzicht en de levensduur van de plant sterk ten goede komt.